Cookie notice
Wij gebruiken analytische cookies om onze dienstverlening te verbeteren. Lees ons Cookiebeleid
Dit project omvat de ontwikkeling van een 80.000 m² groot terrein, gelegen in de Antwerpse haven in opdracht van Bertschi. Ongeveer 25% (+/- 22.000 m²) zal gebruikt worden als op- en overslagplaats voor plastics. Deze plastics komen toe in 20’ en 40’ bulk-containers en worden de terminal via twee tilting platforms overgedragen in 30’ bag-in-box containers. De HUB beschikt over een opslagcapaciteit voor 20.000 ton product in containers. Op het gedeelte van de plastic hub bevindt zich ook het nieuwe kantoor voor AZT-ST
De resterende 75% zal ingericht worden als SEVESO spoorterminal met een oppervlakte van +/- 60.000 m². De oude infrastructuur wordt volledig afgebroken (incl. de spoorweginfrastructuur) en weer opgebouwd waarbij voorzien wordt in lange-termijn opslag en korte-termijn overslag van zowel ADR als standaard tankcontainers.
De spoorterminal zal worden voorzien van twee en in de toekomst drie nieuwe portaalkranen met elk een overspanning van meer dan 70m. Zij zullen instaan voor de efficiënte overslag van de containers tussen de vier treinsporen en de verschillende opslag- en transitzones.
De nieuwe spoorterminal heeft een opslagcapaciteit hebben van 2560TEU ofwel ca 65.000 ton product, aangevuld met 55 trailer parkeerplaatsen. De nieuwe SEVESO spoorterminal zal op deze manier voor een groot deel bijdragen tot de modaliteit van weg- naar duurzaam spoorverkeer.
In juli 2024, twee jaar na het leggen van de fundamenten, voltooide Bertschi de bouw van de gloednieuwe Antwerp Zomerweg Terminal, die sindsdien geleidelijk operationeel is geworden.
Deze nieuwe, ultramoderne, hoogtechnologische terminal is strategisch gelegen langs Europa's grootste geïntegreerde chemische cluster, recht tegenover Bertschi's kantoor in Antwerpen en grenzend aan onze bestaande kunststofhub, en strekt zich uit over een oppervlakte van ongeveer 60.000 m². Hij biedt plaats aan meer dan 2.500 TEU, waarvan 1.290 TEU specifiek bestemd is voor de opslag van containers voor gevaarlijke goederen (DG) uit ADR-klassen 3, 4.1, 5.1, 6.1, 8 en 9.
De focus van de studie stabiliteit van de seveso-terminal lag voornamelijk op de kraanbaanbalken onder het spoor van de zware portaalkranen enerzijds en de wapening van de vloeistofdichte inkuipingen uit gewapend beton voor opslag van containers anderzijds.
De kraanbaanbalken bestaan uit twee doorlopende gewapende betonbalken van ca. 600 meter lang die afdragen naar een reeks tweepaalsmassieven. De funderingspalen staan licht schoor naar buiten toe om de horizontale reactiekrachten, die voortkomen uit het gebruik van de kranen, te kunnen opvangen. Voor de kraanbaanbalk aan spoorzijde werd de tussenafstand van de funderingsmassieven afgestemd op de fundering van een historische kraanbaanbalk op deze plaats, zodat tijdrovende en dure afbraakwerken hiervan vermeden konden worden. De kraanbaanbalken zelf werden onderverdeeld in meerdere betonneringsfasen van beperkte lengte, met ertussenin aanstortmoten die in een latere fase werden uitgevoerd om zo de krimpspanningen in de massieve balken onder controle te houden. Bij het ontwerp van de bovenwapening in de balken werd bewust een wapeningsvrije zone voorzien waarin later de ankers naar het stalen railprofiel geboord konden worden, zodat deze geen conflict zouden geven met de hoofdwapening.
Naast het kraanspoor werd in totaal ca. 28 000 m² grondoppervlak aan betonnen inkuipingen en rijweg gerealiseerd, waarvoor behalve de klassieke wapeningsdetails voor waterdichte knopen tussen betonnen vloerplaten en grondkerende wanden ook wapeningsdetails werden uitgewerkt voor o.a. de goten en pompputten aan de randen van de inkuipingen. De zone langs de kraansporen werd in de lengterichting opgedeeld in 6 segmenten, met ertussenin dilatatievoegen om de thermische werking van de betonplaten toe te laten. Tevens werden ondergrondse reservoirs gerealiseerd voor de bluswatervoorraad en bluswateropvang.